Historische mijlpaal: wind en zon overtreffen fossiele brandstoffen
Het continent heeft een keerpunt bereikt dat tien jaar geleden ondenkbaar leek. In 2025 produceerde Europa voor het eerst meer elektriciteit uit wind en zon dan uit kolen, gas en olie samen. Dit markeert niet alleen een symbolische overwinning – het bewijst dat hernieuwbare energiebronnen nu de ruggengraat vormen van ons elektriciteitssysteem.
Maar tegelijkertijd begint hiermee ook de moeilijkste fase. Want schone energie produceren is één ding – ervoor zorgen dat deze betaalbaar, betrouwbaar en voor iedereen toegankelijk is, dat is de werkelijke uitdaging.
Van 20% naar 30% in slechts vijf jaar tijd
Volgens het nieuwste Europese elektriciteitsrapport van Ember uit 2026 was wind- en zonne-energie in 2025 goed voor 30% van alle EU-elektriciteitsproductie, terwijl fossiele brandstoffen 29% vertegenwoordigden. Voor het eerst in de geschiedenis hebben hernieuwbare bronnen fossiele brandstoffen ingehaald.
Dr. Petrovich van Ember noemt deze sprong binnen zo’n korte periode “recordbrekend en ongekend”. In slechts vijf jaar steeg schone energie van 20% naar 30%, wat aantoont dat de energietransitie geen theorie meer is, maar realiteit.
Momenteel produceren al 14 EU-landen meer elektriciteit uit wind en zon dan uit gas of kolen. Hieronder vallen Spanje, Griekenland, Hongarije, Nederland en andere landen die tien jaar geleden nog als afhankelijk van fossiele brandstoffen werden beschouwd.
Zonne-energie groeit sneller dan ooit tevoren
De uitbreiding van zonne-energie in Europa verloopt in een tempo dat ongekend is. In 2025 steeg de zonne-energieproductie met 20,1%, en dit is al het vierde opeenvolgende jaar dat de groei meer dan 20% bedraagt.
Dit betekent dat zonne-energie de snelst groeiende energietechnologie in de geschiedenis van de EU is geworden.
De cijfers spreken voor zich:
- In 2025 bereikte zonne-energie 369 TWh,
- dat is meer dan het dubbele vergeleken met 2020,
- alleen de groei in 2025 komt overeen met de jaarlijkse productie van drie kernreactoren.
Ook de toename van het geïnstalleerde vermogen is indrukwekkend: in één jaar tijd installeerde de EU 65,1 GW nieuw zonnevermogen. Dit was vrijwel gelijk verdeeld over grote energiecentrales en op daken gemonteerde systemen.
Hongarije, Cyprus, Griekenland, Spanje en Nederland produceren nu al meer dan 20% van hun elektriciteit uit zonne-energie.
Windenergie klimt naar de tweede plaats
Hoewel 2025 geen gunstig jaar was voor windturbines – minder wind, minder neerslag – produceerden ze toch 17% van de EU-elektriciteit, waarmee ze gas inhaalden.
Dit toont aan dat Europa nu structureel leunt op variabele hernieuwbare bronnen, wat een decennium geleden onmogelijk leek.
Steenkool verdwijnt naar de geschiedenisboeken
Het aandeel van kolen in de elektriciteitsproductie daalde tot 9,2% – het laagste niveau ooit. Een decennium geleden vertegenwoordigde het nog bijna een kwart van alle EU-elektriciteit.
Wel 19 EU-landen draaien nu praktisch zonder kolen. Dit is een van de snelste kooluitfaseringen ter wereld.
Gas bepaalt nog steeds de prijzen – en dat is de grootste paradox
Hoewel het gasverbruik afneemt, bepaalt het nog steeds de piekprijzen van elektriciteit. Waarom?
- Gascentrales worden ingeschakeld wanneer er te weinig wind of zon is.
- Zij bepalen de marginale marktprijs, zelfs als hun productie een kleiner aandeel vormt.
- In 2025 steeg de gasproductie in de EU met 8%, voornamelijk doordat droogte de waterkracht verminderde.
Hierdoor steeg de importrekening voor elektriciteit tot 32 miljard euro – 16% meer dan het jaar daarvoor.
Dit betekent dat zelfs met recordhoeveelheden schone energie, de prijzen nog steeds worden gedicteerd door fossiele brandstoffen.
Het grootste obstakel: niet productie, maar netwerken en opslag
Europa bouwt snel zonne- en windparken, maar de netwerken en opslagsystemen kunnen het tempo niet bijhouden.
De belangrijkste problemen:
- overbelaste netwerkknooppunten,
- trage groei van batterijopslagcapaciteit,
- onvoldoende grensoverschrijdende verbindingen,
- toenemende vraag van datacenters en industrie.
In 2025 overschreed de EU voor het eerst 10 GW aan grootschalige batterijopslagcapaciteit, maar de werkelijke behoefte nadert 40-50 GW.
Zonder modernisering van netwerken en opslag blijft hernieuwbare energie een “statistische overwinning”, maar geen echt instrument om prijzen te verlagen.
Het voorbeeld van Spanje: veel schone energie, maar hoge rekeningen
Spanje produceerde in 2025 42% van zijn elektriciteit uit wind en zon – tien procent meer dan het EU-gemiddelde.
Maar door problemen met netstabiliteit moest het land het gasverbruik met 19% verhogen, zelfs wanneer er voldoende hernieuwbare energie was.
Het resultaat:
- meer gas verbrand dan nodig,
- een deel van de schone energie bleef ongebruikt,
- 2025 werd het op twee na duurste jaar voor consumenten.
Dit is een perfect voorbeeld dat productie alleen niet genoeg is – je hebt netwerken, opslag en flexibiliteit nodig.
Zal Europa in 2026 zijn potentieel benutten?
Experts zijn het eens: Europa heeft alle mogelijkheden om gas definitief in te halen, maar alleen als het:
- de uitrol van batterijen versnelt,
- netwerken moderniseert,
- grensoverschrijdende verbindingen uitbreidt,
- flexibelere vraagbeheermechanismen implementeert.
Anders blijft gas de “stille scheidsrechter” die prijzen bepaalt, zelfs wanneer er meer dan genoeg schone energie is.
Het schone-energietijdperk is begonnen – nu moet het échte voordeel komen
Europa heeft bewezen dat het meer schone elektriciteit kan produceren dan fossiele. Dit is een historische prestatie.
Maar het echte succes van de transitie wordt niet gemeten in percentages, maar in de vraag of:
- elektriciteitsprijzen stabieler worden,
- het systeem veiliger wordt,
- de afhankelijkheid van import afneemt,
- consumenten echt financieel voordeel ervaren.
De schone-energierevolutie is al begonnen. Nu begint het moeilijkste deel – deze omzetten in economisch en energetisch voordeel voor elke Europeaan.













